Nieuwe Europese rijbewijsregels: voor Vlaanderen is niet alles nieuw
Op 29 juli 2026 publiceerde de Europese Commissie haar strategie voor de invoering van de nieuwe Europese regels rond rijbewijzen en rijverboden.
De meest opvallende berichten gaan over begeleid rijden vanaf 17 jaar, een proefperiode voor beginnende bestuurders, het digitale rijbewijs en rijverboden die ook over de landsgrenzen heen gevolgen krijgen.
Wie vanuit Vlaanderen naar die maatregelen kijkt, moet daar meteen een belangrijke nuance bij maken.
Een aantal van die principes kennen we hier namelijk al.
Vlaanderen vertrekt dus niet vanaf nul.
De interessantere vraag is daarom niet: wat gaat Europa ons allemaal verplichten?
Wel:
In welke richting wil Europa de rijopleiding verder ontwikkelen, en waar loopt Vlaanderen vandaag al voorop?
Rijden vanaf 17? Dat kennen we al
Een van de Europese maatregelen die veel aandacht krijgt, is begeleid rijden vanaf 17 jaar.
Voor Vlaanderen klinkt dat weinig revolutionair.
Wie geslaagd is voor het theorie-examen kan hier vandaag vanaf 17 jaar al een voorlopig rijbewijs M36 met begeleider aanvragen. Met dat voorlopig rijbewijs mag de kandidaat oefenen met een geregistreerde begeleider. Het praktijkexamen kan vanaf 18 jaar worden afgelegd.
Sinds 2024 moeten begeleiders die in dit systeem instappen bovendien een vormingsmoment van drie uur volgen.
Het idee achter de nieuwe Europese regeling — jongeren onder begeleiding ervaring laten opbouwen vóór ze zelfstandig de weg op gaan — bestaat bij ons dus al.
De Europese regels zullen vooral zorgen voor een meer gemeenschappelijk kader binnen de verschillende lidstaten.

Ook leren na het rijbewijs is in Vlaanderen niet nieuw
Hetzelfde geldt voor de aandacht die Europa besteedt aan beginnende bestuurders.
Europa voorziet een proefperiode van minstens twee jaar voor nieuwe bestuurders. Daarmee erkent het dat iemand niet plots een ervaren bestuurder wordt op de dag waarop hij zijn praktijkexamen aflegt.
Ook dat inzicht zit al voor een stukje in het Vlaamse systeem.
Beginnende bestuurders moeten hier enkele maanden na het behalen van hun definitieve rijbewijs B een verplicht terugkommoment volgen.
Dat terugkommoment gaat niet opnieuw over parkeren of voorrang van rechts.
Het draait onder andere rond verkeersrisico’s, zelfreflectie en de ervaringen die de beginnende bestuurder ondertussen zelfstandig in het verkeer heeft opgedaan.
Dat is principieel belangrijk.
Rijopleiding stopt daardoor niet volledig meer aan de poort van het examencentrum.
We hebben in Vlaanderen dus al een eerste stap gezet naar een meer gefaseerde rijopleiding:
leren → oefenen → examen → zelfstandig ervaring opdoen → opnieuw reflecteren en leren.
De nieuwe Europese regels lijken die redenering nu op grotere schaal te ondersteunen.
Een rijbewijs met ‘beperkingen’ in de eerste 2 jaar is een boeiende extra stap.

Waar zit een heel interessante verandering?
Voor Vlaanderen zit volgens mij het belangrijkste nieuws minder in de leeftijd van de kandidaat of in het bestaan van een proefperiode.
Het zit in de manier waarop Europa omschrijft wat een bestuurder moet kennen, kunnen en tonen in zijn gedrag.
De Europese regels leggen meer nadruk op onder andere:
- kwetsbare weggebruikers;
- eco-driving;
- elektrische en andere alternatief aangedreven voertuigen;
- moderne voertuigtechnologie;
- rijhulpsystemen en ADAS;
- geautomatiseerd rijden;
- risico-inschatting en veilig gedrag.
Europa spreekt daarbij nadrukkelijk over kennis, vaardigheden én gedrag.
Dat laatste verdient aandacht.
Want een kandidaat kan verkeersregels kennen en technisch behoorlijk met een voertuig kunnen rijden, zonder daarom al altijd veilige keuzes te maken.
Veilig rijden vraagt ook waarnemen, anticiperen, risico’s inschatten, rekening houden met anderen, slimme keuzes maken in de context van de rit en het eigen gedrag aanpassen.

Kwetsbare weggebruikers nadrukkelijker in beeld
Vooral voetgangers, fietsers en gebruikers van nieuwe vormen van micromobiliteit krijgen meer aandacht.
Ook dat betekent niet dat Vlaamse rijlesgevers vandaag geen aandacht besteden aan fietsers of voetgangers.
De verschuiving zit eerder in het gewicht dat eraan wordt gegeven.
De vraag is niet alleen:
Heeft de kandidaat de verkeersregel correct toegepast?
Maar ook:
Heeft hij de mogelijke dreiging tijdig waargenomen?
Heeft hij rekening gehouden met een fietser die misschien een fout zal maken?
Past hij zijn snelheid aan wanneer hij onvoldoende zicht heeft?
Creëert hij veiligheidsruimte?
Daarmee verschuift rijopleiding verder van uitsluitend correct rijden naar veilig denken en handelen in het verkeer.
De auto verandert, dus de opleiding moet mee veranderen
Een tweede belangrijke uitdaging is technologie.
Nieuwe auto’s beschikken steeds vaker over systemen die waarschuwen, remmen, sturen of snelheid beïnvloeden.
Denk aan intelligente snelheidsassistentie, rijstrookassistentie, automatische noodremming of adaptieve cruise-control.
Dat stelt een nieuwe vraag aan rijopleidingen.
We moeten een leerling niet alleen leren hoe hij een auto bestuurt, maar ook hoe hij omgaat met een voertuig dat zelf steeds meer beslissingen ondersteunt.
Wanneer mag je vertrouwen op een systeem?
Wanneer niet?
Wat doet het systeem precies?
Wat gebeurt er wanneer het faalt of een situatie verkeerd interpreteert?
En misschien nog belangrijker: blijft de bestuurder zelf voldoende waarnemen en nadenken wanneer de technologie veel taken overneemt?
Dat wordt volgens mij een van de grote uitdagingen van de rijopleiding van de komende jaren.
Een nieuwe opleiding zonder een nieuw examen werkt niet
Een bijzonder interessante passage in de Europese implementatiestrategie gaat over de samenhang tussen opleiding en examinering.
De Commissie waarschuwt ervoor om alleen leerplannen of opleidingsinhoud aan te passen.
Als nieuwe competenties belangrijk worden, moeten ze uiteindelijk ook terugkomen in de beoordeling van kandidaten.
Dat is logisch.
Wat tijdens het examen nauwelijks wordt beoordeeld, dreigt tijdens de opleiding automatisch minder aandacht te krijgen.
Europa benadrukt daarom dat opleidingsinhoud, lesmethoden, theorie- en praktijkexamens, kwaliteitsbewaking én de voorbereiding van lesgevers en examinatoren op elkaar moeten worden afgestemd.
Dat is misschien minder spectaculair nieuws dan een digitaal rijbewijs.
Maar voor de kwaliteit van een rijopleiding is het veel fundamenteler.
Vlaanderen heeft al bouwstenen
We moeten dus opletten met het verhaal dat Europa nu plots een volledig nieuwe visie op rijopleiding introduceert.
Vlaanderen heeft vandaag al verschillende bouwstenen:
begeleid oefenen vanaf 17 jaar, een verplichte oefenperiode, vorming van vrije begeleiders en een terugkommoment nadat iemand zelfstandig bestuurder is geworden.
Daar kunnen we best ook erkennen dat we al stappen gezet hebben.
Maar dat betekent niet dat de Europese hervorming voor Vlaanderen weinig verandert.
Integendeel.
Ze verplicht ons opnieuw na te denken over de inhoud van opleiding en examen, over nieuwe voertuigtechnologie, over kwetsbare weggebruikers en vooral over de vraag welke competenties we bij een bestuurder werkelijk willen ontwikkelen.
Misschien is dat uiteindelijk de interessantste vraag van deze hele Europese hervorming.
Niet:
Hoe krijgen we iemand door het rijexamen?
Maar:
Welke bestuurder willen we na dat examen de weg opsturen?
En misschien zelfs nog een stap verder:
Hoe zorgen we ervoor dat die bestuurder zich ook daarna blijft ontwikkelen?
Bert De Meyer
Directeur Ontwikkeling Traffix

Info over rijlessen voor alle rijbewijzen, theoriecursussen, vormingsmomenten volgen bij Traffix: Klik hier
Voortgezette rijopleiding voor motards: ProRiders
Terugkommoment volgen: My Generation Drive
Rijlesgever worden: Alle info
Nascholingen Code 95: Transport Academy