Verkeersdoodslag of verzwaarde doding in het verkeer?

De invoering van het nieuwe Strafwetboek zorgt ook binnen de rijopleiding voor nieuwe begrippen en nieuwe vragen. Eén daarvan kwam onlangs bij Rijschool Traffix intern naar boven.

Waarom horen we in interviews, politieke communicatie (Minister verlinden) en uiteenzettingen van magistraten regelmatig het woord “verkeersdoodslag”, terwijl we in de uiteindelijke wetgeving vooral lezen over “doding in het verkeer” en “verzwaarde doding in het verkeer”?
We legden die vraag voor aan Wim De Langhe van Evero Advocaten.

Het antwoord toont mooi hoe politieke communicatie, maatschappelijke beeldvorming en juridische terminologie niet altijd volledig samenvallen.

Van ongeval naar verantwoordelijkheid

Traditioneel werd een verkeersdode vaak beschreven als het gevolg van een verkeersongeval. Maar bij sommige feiten wringt dat woord. Wanneer iemand zwaar onder invloed achter het stuur kruipt, extreem snel rijdt of tijdens het rijden bewust een smartphone gebruikt, is er nog altijd geen bedoeling om iemand te doden.

Maar er worden wel vooraf duidelijke en ernstige risico’s genomen. Dat onderscheid kreeg de voorbije jaren steeds meer aandacht. Ook politierechters gaven aan dat de bestaande strafmogelijkheden bij bijzonder zwaar verkeersgedrag met een dodelijke afloop niet altijd voldoende waren. De wetgever wilde daarom meer ruimte creëren om zulke feiten zwaarder te bestraffen.

Waarom werd dan gesproken over verkeersdoodslag?

Tijdens de voorbereiding van de wet werd regelmatig de term “verkeersdoodslag” gebruikt.
Ook in politieke communicatie dook dat woord op. De term maakt maatschappelijk snel duidelijk wat men wilde veranderen: bepaalde dodelijke verkeersfeiten niet langer uitsluitend bekijken als een jammerlijk ongeval, maar ook als het gevolg van bijzonder zwaar en bewust risicogedrag.

Toch werd “verkeersdoodslag” uiteindelijk niet de officiële wettelijke benaming.
In het nieuwe Strafwetboek wordt gesproken over doding in het verkeer en verzwaarde doding in het verkeer. Dat is geen louter taalkundig verschil.

Doodslag is juridisch iets anders

In het strafrecht heeft het woord “doodslag” een specifieke betekenis. Daarbij is er het oogmerk om iemand te doden. Dat is bij verzwaarde doding in het verkeer niet vereist. De bestuurder hoeft dus niet de bedoeling gehad te hebben dat iemand zou sterven. De wet spreekt nog altijd over het veroorzaken van een overlijden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. Maar wanneer dat samengaat met bepaalde zware omstandigheden, kan er sprake zijn van verzwaarde doding in het verkeer.

Voorbeelden zijn onder andere:

  • rijden in staat van dronkenschap of onder invloed van bepaalde stoffen;
  • uitzonderlijk zware snelheidsovertredingen;
  • het vasthouden of manipuleren van een mobiel elektronisch apparaat met scherm tijdens het rijden;
  • door het rood rijden;
  • bepaalde zeer zware verkeersovertredingen;
  • rijden zonder geldig rijbewijs of tijdens een rijverbod;
  • het niet gebruiken van een verplicht alcoholslot.

De bedoeling van de wetgever is duidelijk: niet elke verkeersdode ontstaat in dezelfde omstandigheden.
De wetgever maakt duidelijker onderscheid tussen een verkeersfout met dodelijke afloop en een overlijden dat voorafgegaan wordt door bijzonder ernstig en bewust risicogedrag. Dat laatste blijft juridisch onopzettelijke doding, maar kan als ‘verzwaarde doding in het verkeer’ veel zwaarder worden bestraft.

Een belangrijk onderscheid voor de rijopleiding

Voor een rijlesgever is dit meer dan juridische woordenschat. Het raakt aan de manier waarop we verkeersveiligheid uitleggen. Een bestuurder kan achteraf zeggen: “Maar ik wilde toch niemand doden?” Dat kan volledig waar zijn. Maar het neemt niet weg dat sommige keuzes vooraf bijzonder zwaar kunnen doorwegen. Wie zwaar gedronken heeft en toch rijdt, kiest ervoor een groot risico te nemen. Wie zijn aandacht bewust naar een smartphone verplaatst, weet dat hij gedurende een bepaalde tijd niet volledig met het verkeer bezig is. Wie extreem te snel rijdt, weet dat reactietijd, stopafstand en impact bij een ongeval sterk toenemen.

Daar ligt ook een sterke link met hogere-ordevaardigheden in de rijopleiding. Verkeersveiligheid gaat niet uitsluitend over stuurtechniek en verkeersregels. Het gaat ook over risico-inschatting, zelfcontrole, verantwoordelijkheid en keuzes maken vóór er iets misgaat.

Welke term gebruiken we best?

Wie juridisch correct wil communiceren, gebruikt best de termen uit de wet: doding in het verkeer en verzwaarde doding in het verkeer.
Het woord “verkeersdoodslag” hoeft daarom niet als fout of onzinnig te worden beschouwd. Het was een veelgebruikte term in de voorbereiding en communicatie rond de nieuwe regelgeving en geeft goed weer welke maatschappelijke discussie achter de wetswijziging zat. Maar het is niet de uiteindelijke wettelijke benaming.

Een eenvoudige manier om het verschil samen te vatten is daarom: “Verkeersdoodslag” helpt begrijpen waarom de wetgever wilde veranderen. “Verzwaarde doding in het verkeer” is hoe de wet het uiteindelijk noemt.

En de belangrijkste boodschap voor bestuurders is nog eenvoudiger: Dat je een gevolg niet hebt gewild, betekent niet dat je geen zware verantwoordelijkheid kunt dragen voor de risico’s die je bewust hebt genomen.

Bert De Meyer
Directeur Ontwikkeling Traffix

Info over rijlessen voor alle rijbewijzen, theoriecursussen, vormingsmomenten volgen bij Traffix: Klik hier
Voortgezette rijopleiding voor motards: ProRiders
Terugkommoment volgen: My Generation Drive
Rijlesgever worden: Alle info
Nascholingen Code 95: Transport Academy