Een fout geplaatst verkeersbord bij een rijexamen
Een recent arrest van het Hof van Cassatie maakt duidelijk dat een verkeersbord niet alleen zichtbaar en herkenbaar moet zijn, maar ook volgens de wettelijke plaatsingsregels moet zijn aangebracht. In de Leuvense zaak ging het om een C3-bord met zonale geldigheid dat slechts op één straat betrekking had, terwijl die zonale toepassing volgens de regels voor meerdere wegen bedoeld is. Het Hof oordeelde daarom dat het bord geen dwingend karakter had. Dat betekent niet dat elke fout bij een verkeersbord maakt dat je het zomaar mag negeren. Er is een verschil tussen een administratieve fout achter het bord en een fout in de wettelijke plaatsing van het bord zelf. Voor het rijexamen is dat onderscheid belangrijk. Een examinator beoordeelt niet alleen of een kandidaat verkeersborden volgt, maar ook verkeersinzicht, veiligheid en defensief rijgedrag. Als een bord juridisch niet bindend blijkt te zijn, is het moeilijk om het louter negeren ervan als verkeersovertreding aan te rekenen. Het gedrag van de kandidaat rond die situatie kan uiteraard nog wel beoordeeld worden. De bredere les is dat rijopleiding meer is dan regels uit het hoofd kennen: een goede bestuurder moet ook kunnen omgaan met onduidelijke of foutieve verkeerssituaties en daarin veilig en voorspelbaar handelen.







